Er is veel over gesproken en geschreven: de hoofddoek. En dan nog niet eens zoveel over het ca 1 vierkante meter grote stuk textiel, maar meer nog over de vermeende betekenis ervan en de gevolgen voor de (westerse) samenleving. Het zou de onderdrukking van de vrouw in de islamitische gemeenschap benadrukken en daarom niet thuishoren in de westerse gemeenschap. Dit is ook de reden die door veel liberalen wordt aangehaald als men tegen dit kledingstuk is: beperking van de vrijheid van een ander (lees: de vrouw die kennelijk gedwongen wordt dat kledingstuk te dragen).
We kunnen een hele exegese gaan houden over wat de Koran al dan niet schrijft over de hoofddoek, maar dit is volgens mij niet eens noodzakelijk om een standpunt in te nemen over het zoveel besproken kledingstuk. Ook al staat er volgens mij en vele anderen niet in dat een vrouw een hoofddoek dient te dragen. De noodzaak voor deze discussie is om twee redenen afwezig. Ten eerste omdat de Koran, net als de Bijbel, een oud geschrift is, en bezien moet worden in de context van de tijd waarin hij geschreven is. Ten tweede omdat de Koran op vele manieren geïnterpreteerd kan worden en ieder voor zich en in vrijheid moet kunnen bepalen wat daaruit te halen dat voor men en haar nuttig is, mits vallend binnen de kaders van de Nederlandse rechtstaat. Voor liberalen staat vrijheid hoog in het vaandel. Vrijheid voor individuen en voor groepen individuen. Inmenging in de persoonlijke levenssfeer is een middel dat met de grootste terughoudendheid moet worden gebruikt. Zo roept het opslaan van telefoongegevens en gegevens over internetgebruik in het kader van de anti-terreur “hype” ook nu al veel weerstand op binnen liberale kring. En terecht. Dus welke grond bestaat er dan om een hoofddoek integraal binnen de samenleving te verbieden? Mijns inziens geen een. Het is de vrijheid van iedere vrouw, islamitisch of niet islamitisch, om te kiezen of ze een hoofddoek draagt net als dat geldt voor elk ander kledingstuk. Ik heb er geen last van, en bovendien was het in het midden van vorige eeuw ook in Nederland nog heel gewoon om een hoofddoek te dragen. Ik heb nog géén Nederlander ontmoet die mij kan vertellen dat hij toen morele bezwaren tegen had tegen dit uiterlijke vertoon. En hetzelfde geldt tot de dag van vandaag over traditionele kleding die in verschillende gemeenschappen van Nederland nog gedragen wordt.
De tweede discussie die gevoerd wordt is over het gebruik van de hoofddoek in openbare functies. Deze discussie snijdt wellicht iets meer hout. Want in een openbare functie spelen vertrouwen en het gevoel dat je belangen op de juiste manier behartigd worden, een belangrijke rol. Dit is wellicht nog het meest pregnant aanwezig in functies die, vanwege een machtsmiddel, impact kunnen hebben op iemands leven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rechters, officieren van justitie en politieagenten. Door de voortgaande secularisering van de Nederlandse samenleving is dit nooit een probleem geweest. Nu er opeens sollicitanten opstaan vanuit de Islamitische gemeenschap die voor dergelijke functies geschikt zijn (iets waar we met zijn allen blij om kunnen zijn), wordt de discussie gevoerd dat het dragen van een hoofddoek de onpartijdigheid zou wegnemen. Zo werd enkele jaren geleden bij de rechtbank in Zwolle Ayse Kebaktepe geweigerd op basis van dit argument. De commissie gelijke behandeling was het hier echter niet mee eens omdat de rechtbank hiermee discriminerend zou zijn tegen moslims die vanwege religieuze overtuiging een hoofddoek dragen. Een mijns inziens gezonde zienswijze. Ik voel mij, zolang mijn aanklacht niet op basis van een religieus vergrijp is gebaseerd, niet partijdiger behandeld door een rechter met hoofddoek dan een rechter zonder religieuze uitingen. En religieuze overtredingen (zoals Godslastering, art. 147 van het wetboek van strafrecht) worden al sinds jaar en dag niet of nauwelijks meer vervolgd. Jozias van Aartsen pleitte eind vorig jaar nog voor het schrappen van dit artikel uit het wetboek. Bovendien: willen we dan ook geen vrouwelijke rechters die een verkrachter veroordelen? Is een SGP’er als rechter dan niet ook verdacht bij een vrouwelijke verdachte? En hoe zou het verbod op een hoofddoek zich verhouden met het recent geopperde plan van de VVD om lekenrechtspraak in te voeren?
Laten wij derhalve onze energie gebruiken om de gelijkwaardigheid van de vrouw in de islamitische gemeenschap én overigens sommige Nederlandse gemeenschappen, te bevorderen in plaats van als een stier op een rode lap te reageren op een vierkante meter stof.
Marcel Lücht
[Gepubliceerd: Liberalmere, April 2005] |