Zware taak Brussel bij liberalisering markten nieuwe toetreders.
Op 1 mei aanstaande zullen, indien er geen onverwachte blokkades opdoemen, een tiental nieuwe lidstaten zich bij Europa aansluiten. Reeds nu wordt er druk geïnvesteerd in projecten om te voldoen aan de verschillende eisen die de EU aan de toekomstige lidstaten stelt. Om lid te kunnen worden van de Unie, moeten ze voldoen aan de economische en politieke voorwaarden die bekend staan als de 'criteria van Kopenhagen'. Volgens deze criteria moet een toekomstig lid:
Ø een stabiele democratie hebben die de rechtstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de minderheden waarborgt;
Ø over een functionerende markteconomie beschikken;
Ø de gemeenschappelijke regels, normen en beleidsmaatregelen aanvaarden die het corpus van EU-wetgeving vormen.
Met betrekking tot o.a. dat tweede punt is er nogal wat discussie mogelijk. Wat is bijvoorbeeld een functionerende markteconomie? Volgens de definitie wordt een markteconomie gekenmerkt door het feit dat de allocatie van middelen en grondstoffen grotendeels wordt geregeld door vrije marktkrachten, net als de prijsstelling van producten. Nu is het echter genoegzaam bekend dat zulks ook in de huidige 15 EU landen niet altijd volgens een zuiver marktmechanisme wordt bepaald. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de landbouwproducten. Echter, ook op andere terreinen dan het veel bediscussieerde landbouw is nog een berg werk te verzetten. Als we kijken naar de dienstensector en dan de utiliteitssector (Water, Energie, Telecommunicatie) nader onder de loep nemen, dan valt op dat van deze groepen, de telecommunicatiesector verreweg het meest is geliberaliseerd. Op het eerste gezicht heeft deze liberalisatie ook het gewenste effect gehad, nl concurrentie tussen verschillende aanbieders van telecommunicatiediensten. Ook in technologisch opzicht doen deze bedrijven (waarvan overigens het overgrote deel van de “new entrants” in handen is van grote westerse conglomeraten zoals Deutsche Telekom en Vodafone), niet onder voor operators in de EU. Toch blijven veel van deze nieuwe ondernemingen relatief achter in marktontwikkeling. De verwachte daling in prijzen voor telecomdiensten heeft niet echt doorgezet. Met name speelt dit in de hoge internationale tarieven en de interconnectietarieven tussen twee vaste operators (nodig om gesprekken tussen abonees van twee operators te voeren). Zie bijvoorbeeld onderstaande tabel, waarin de prijzen staan voor een 10 minuten durend gesprek naar de VS. De incumbents hebben vaak een krachtige positie in het internationale transitverkeer, en geven deze niet licht op. Hetzelfde geldt voor de tarieven die men in rekening brengt om verkeer van een OLO (Other Licenced Operator) te termineren (af te leveren). Een effectieve regulering hiervan door de National Regulatory Authorities (NRA’s) in de verschillende landen is lastig, omdat hier vaak de kennis ontbreekt en de wél aanwezige kennis voortkomt uit mensen welke afkomstig zijn van het (voormalige) staatsbedrijf. Ook zijn de budgetten voor de NRA’s vaak ontoereikend om de werkzaamheden naar behoren uit te voeren laat staan kennis van andere landen en/of marktpartijen in te huren. Wellicht zou het een idee zijn om de minimum budgetten van de NRA’s te relateren aan inwoneraantal en vast te leggen in EU regelgeving op dat gebied?
De voorbeelden zoals hierboven aangehaald gelden natuurlijk niet alleen in de telecom sector. Om gezonde interne marktwerking te kunnen garanderen in de nieuwe EU landen, is het van belang dat er een goed geëquipeerde toezichthouder is in het betreffende land en dito adequate wetgeving. Aangezien bijna alle handelsverkeer een sterk internationaal karakter heeft, is het daarnaast noodzakelijk dat handelsbarrières worden opgeheven, fiscale regimes op elkaar worden afgestemd en bestaande beschermingsconstructies voor bepaalde sectoren worden afgebouwd.
Dat dit niet zonder slag of stoot zal gaan, noch vanuit de nieuw toetredende landen noch vanuit de bestaande EU lidstaten mag, zeker in het huidige economische klimaat, duidelijk zijn. Voor de Liberalen in de Eurofractie een mooie uitdaging!
Gepubliceerd in Liberalmere Oktober 2003 |